Voor een Pdf-printvriendelijke versie van deze recensie Klik hier
Sluit venster

Boek en druk


Recensietekst


Bron



Dina

Offers, druk 1, 132 blz.
Leeftijd 12-14 jaar. Een Zendingsboek. Frans en Marie Groen hooren van het zendingswerk. Dit werd oorzaak dat Marie, wanneer ze onderwijzeres is geworden, met de moeilijkheid krijgt te doen: Wat is mijn roeping? Na veel gebed en offer mag ze van haar Moeder, een weduwe, zich als onderwijzeres voor Indië in laten schrijven. Frans, haar broertje, vindt het een zwaar offer, zijn zuster met wie hij zoo heerlijk Woendags ging wandelen enz., te verliezen. Het offer valt hem zwaar. Later schrijft hij zijn zuster: als ik van school ga, leer ik voor zendeling. Doch het was hem meer om zijn zuster te doen, dan om zendingswerk te verrichten. Later wordt het ernst en zijn broer en zuster samen in dienst van de Zending. Een aardig werkje, waarin ons de moeilijkheid van de Evangelieprediking onder de Heidenen duidelijk wordt. De uitdrukking: de Bijbel is zoo mooi, is niet erg verheven. We bevelen het matig aan. Boekbeoordeling van de Ned. Hervormde Zondagsscholenbond op Geref. Grondslag, 1932

Open Boekbeoordeling.
Dina

Offers, druk 1, 132 blz.
G. K. C. 0. 16 t. d. t. Penteekeningen van Henk Poeder. 60 cent. Dina wilde een boekje schrijven over de Zending. En toen heeft ze dit verhaal ontworpen, van een moeder, die weduwe was en een dochter van 18, Marie en een zoontje van 10 jaar, Frans. Deze hoort op de Zondagsschool welke blijkbaar alleen door kinderen uit Chr. gezinnen wordt bezocht - een leerling van de Zendingsschool te Oegstgeest, Evert Brons, van de Zending vertellen. Of liever, niet zoozeer van de Zending, maar meer van zichzelf, n.l. hoe hij al vroeg begeerde zendeling te worden, en vooral - dit zeker met het oog op de kinderen - aan welke eischen een zendeling zoo al moet voldoen....... Een paar dagen daarna krijgt Marie een invitatie voor 't jaarfeest van een Zendingskring. Om meerderen luister aan het feest bij te zetten, hadden enkele meisjes zich in Indische kleeding gestoken niet alleen, maar ook zich geschminkt, zoodat ze op Javaantjes geleken. Straks zingen ze ook een Maleisch lied ....... Op dit feest is een "bestuurslid der Zendingsvereeniging" aanwezig, die optreedt om aan een feestvierenden Zendingskring te vertellen wat de Zending eigenlijk is en wat de zendeling moet doen. Resultaat van dit alles is: Marie, ofschoon haar moeder nog steeds niet kan heenkomen over 't verlies van haar man, meent naar Indië te moeten gaan als onderwijzeres aan een inlandsche school. En ze gaat, in de overtuiging geroepen te zijn. In den eersten brief, dien ze aan Frans schrijft, deelt ze mee, dat ze dezen inlandschen kinderen al uit de Bijb. Gesch. vertelt. Heel vlug, inderdaad! Na eenige jaren komt Marie met verlof. Even vóór haar terugkeer uit Indië sterft moeder. Frans, in wien intusschen de sterke begeerte is ontwaakt om zendeling te worden, gaat nu naar Oegstgeest. Een paar jaar later begeeft Frans zich naar 't Zendingsveld met z'n jonge vrouw. Weldra komt Marie bij hen logeeren. En zij ontmoet daar dhr. Evert Brons, die nog altijd ongetrouwd is; want toen hij werd "afgevaardigd" ging zijn verloofde niet meê. De rest kan gemakkelijk worden geraden. Marie is straks zendelingsvrouw, Mevrouw Brons! Ons hoofdbezwaar is, dat dit verhaal buitengewoon erg den indruk maakt van "maakwerk" te zijn. Maar de toon is goed; 't boekje is een vroom boekje. Doch als zendingsgeschiedenis is het veel te vaag, omdat het nooit spreekt over een bepaald terrein, doch steeds in het algemeen. Men weet niet of er mohammedanen dan wel heidenen worden bedoeld, animisten of anderen. Misschien is dit zeer goed geïllustreerde boek geschikt voor Hervormde Chr. Scholen, maar voor Zondagsscholen gelijk wij die kennen, komt de Zending, gelijk wij die drijven, er niet in tot haar recht.

Boekbeoordeling van Kinderlectuur voor de Zondagsschool door de Commissiën van "Jachin", 1932

Dina

Offers, druk 2, 125 blz.
geschikt voor een leeftijd van 12-14 jaar; Zendingsgeschiedenis. Frans en Marie Groen hooren van het zendingswerk. Dit werd oorzaak, dat Marie, wanneer ze onderwijzeres is geworden, met de moeilijkheid krijgt te doen: Wat is mijn roeping? Na veel gebed en offer mag ze van haar Moeder, een weduwe, zich als onderwijzeres voor Indië in laten schrijven. Frans, haar broertje, vindt het een zwaar offer, zijn zuster, met wie hij zoo heerlijk Woensdags ging wandelen, enz., te verliezen. Het offer valt hem zwaar. Later schrijft hij zijn zuster: als ik van school ga, leer ik voor zendeling. Doch het was hem meer om zijn zuster te doen, dan om zendingswerk te verrichten. Later wordt het ernst en zijn broer en zuster samen in dienst van de Zending. Een aardig werkje, waarin ons de moeilijkheid van de Evangelieprediking onder de heidenen duidelijk wordt. De uitdrukking: de Bijbel is zoo mooi, is niet erg verheven. We bevelen het matig aan. Boekbeoordeling van de Ned. Hervormde Zondagsscholenbond op Geref. Grondslag, 1935

Open Boekbeoordeling.
Dina

Offers, druk 2, 125 blz.
G. K. C. 0. 16 t. d. t. 50 cent. Dina wilde een boekje schrijven over de Zending. En toen heeft ze dit verhaal ontworpen, van een moeder, die weduwe was en een dochter van 18, Marie en een zoontje van 10 jaar, Frans. Deze hoort op de Zondagsschool - welke blijkbaar alleen door kinderen uit Chr. gezinnen wordt bezocht - een leerling van de Zendingsschool te Oegstgeest, Evert Brons, van de Zending vertellen. Of liever, niet zoozeer van de Zending, maar meer van zichzelf, n.l. hoe hij al vroeg begeerde zendeling te worden, en vooral - dit zeker met het oog op de kinderen - aan welke eischen een zendeling zoo al moet voldoen... Een paar dagen daarna krijgt Marie een invitatie voor 't jaarfeest van een Zendingskring. Om meerderen luister aan het feest bij te zetten, hebben enkele meisjes zich in Indische kleeding gestoken niet alleen, maar ook zich geschminkt, zoodat ze op Javaantjes gelijken. Straks zingen ze ook een Maleisch lied ....... Op dit feest is een "bestuurslid der Zendingsvereeniging" aanwezig, die optreedt om aan een feestvierenden Zendingskring te vertellen wat de Zending eigenlijk is en wat de zendeling moet doen. Resultaat van dit alles is: Marie, ofschoon haar moeder nog steeds niet kan heenkomen over 't verlies van haar man, meent naar Indië te moeten gaan als onderwijzeres aan een inlandsche school. En ze gaat, in de overtuiging geroepen te zijn. In den eersten brief, dien ze aan Frans schrijft, deelt ze mee, dat ze dezen inlandschen kinderen al uit de Bijb. Gesch. vertelt. Heel vlug, inderdaad! Na eenige jaren komt Marie met verlof. Even vóór haar terugkeer uit Indië sterft moeder. Frans, in wien intusschen de sterke begeerte is ontwaakt om zendeling te worden, gaat nu naar Oegstgeest. Een paar jaar later begeeft Frans zich naar 't Zendingsveld met z'n jonge vrouw. Weldra komt Marie bij hen logeeren. En zij ontmoet daar dhr. Evert Brons, die nog altijd ongetrouwd is, want toen hij werd "afgevaardigd" ging zijn verloofde niet mee. De rest kan gemakkelijk worden geraden. Marie is straks zendelingsvrouw, Mevrouw Brons! Ons hoofdbezwaar is, dat dit verhaal buitengewoon erg den indruk maakt van "maakwerk" te zijn. Maar de toon is goed; 't boek is een vroom boek. Doch als zendingsgeschiedenis is het veel te vaag, omdat het nooit spreekt over een bepaald terrein, doch steeds in het algemeen. Men weet niet of er Mohammedanen dan wel heidenen worden bedoeld, animisten of anderen. Misschien is dit zeer goed geïllustreerde boek geschikt voor Hervormde Chr. Scholen, maar voor Zondagsscholen, gelijk wij die kennen, komt de Zending, gelijk wij die drijven, er niet in tot haar recht.

Boekbeoordeling van Kinderlectuur voor de Zondagsschool door de Commissiën van "Jachin", 1935