Voor een Pdf-printvriendelijke versie van deze recensie Klik hier
Sluit venster

Boek en druk


Recensietekst


Bron





Joost, druk 1, 155 blz.
jongensboek; geschikt voor een leeftijd van 12 jaar; algemeene strekking.
Korte inhoud: Het geeft ons de geschiedenis van een eenvoudigen arbeidersjongen, door zijn grootouders opgevoed, met goede aanleg voor studie. Hij komt door omstandigheden in aanraking met den heer van Balkenstein, wiens zoon een invloed ten geode op hem uitoefent. Een auto-ongeluk brengt hem in het ziekenhuis, waar hij ook door operatie van andere lichaamsgebreken wordt gewezen. Al deze voorvallen brengen Joost de Wit nader tot den Heere. Aardige momenten zijn er in, n.l. b.v. op blz. 126, waar zijn onderwijzer met hem spreekt, en hem wijst op de noodzakelijkheid der bekeering. Algemeene op- of aanmerkingen: Een zuiver Ger. lijn vinden wij niet in het boek. De Kerstfeestviering op blz. 153 is de onze niet. De verteltrant is goed.
Conclusie: Matig aanbevolen voor Z.S.
Boekbeoordeling van de Ned. Hervormde Zondagsscholenbond op Geref. Grondslag, 1933

Open Boekbeoordeling.


Joost, druk 1, 155 blz.
We begroeten dit prachtige boek met ongewone vreugde: reeds de omslag met zijn buitengewoon geslaagde teekening in zomersche kleuren stemt echt prettig. Maar de inhoud blijft bij den vorm niet achter. Er komen prachtfiguren in voor. Joost is thuis bij z'n grootvader en grootmoeder. Zijn ouders zijn voor eenige jaren naar Amerika vertrokken, maar lieten hem bij zijn grootouders achter. Joost's eene been is vat korter dan 't andere, zijn voet staat wat dwars en z'n oogen staan wat scheef, zoodat hij een beetje mank loopt en scheel kijkt, maar dat hindert hem niet, want de jongens in Polderdorp zijn er aan gewend en de school is prettig. Als evenwel z'n grootouders verhuizen naar Bollenberg , komt hij op een andere school, waar de jongens hem uitschelden voor mankpoot en scheelhans. Joost heeft daarvan niet alleen verdriet, maar hij wordt er kwaad tegen in en z'n karaktergebrek van weinig te kunnen verdragen en gauw het ergste te denken, komt leelijk uit. Ongezocht komt hij in aanraking met Fred, het lamme zoontje van den rijken landheer. Het wordt vriendschap, die evenwel verstoord wordt door argwaan van Joost. Voor hij zijn kwaad, waarover hij berouw heeft, nog kan belijden, overkomt hem een ongeval, een aanrijding door een auto. Nu is het Fred weer die toenadering bewerkt. Joost wordt behandeld door een bekwaam arts, die zijn been weer recht zet en geneest. Het geluk komt nu met sprongen. Joost's ouders worden op de boerderij van den landheer aangesteld en komen terug uit Amerika; hijzelf wordt geheel genezen en voor Fred is er hoop. Gelukkig, dat meester Woudstra hem geleerd heeft, dat de vergeving van onze zonden het aardsch geluk te boven gaat. Dit mooie verhaal dankt zijn waarde aan de teekening van het karakter van Joost, gauw opstuivend, argwanend, weinig kunnende verdragen; aan zijn moeite, om te gelooven dat God het bidden hoort en dat Gods wegen altijd goed zijn, ook in tegenspoed; en tenslotte aan de uitnemende wijze, waarop hij hierin geleid en onderwezen wordt, vooral door meester Woudstra. Deze is een voortreffelijk paedagoog. Tegen Joost's ontevredenheid wijst hij hem op de zegeningen, die we verbeurd hebben. Als we zien op die onverdiende weldaden, dan moeten we zeggen: Heere, wat geeft Ge me veel. Als we daarbij zien op onze zonden, voegen we er bij : Heere, hoe is het mogelijk, dat Ge zooveel geduld met me hebt. Dan spreekt Woudstra over de onverhoorde gebeden en hoe ook het onverhoorde gebed ons ten zegen kan zijn, en voorts over één gebed, dat altoos verhoord wordt, n.l. het gebed om schuldvergeving. Deze lessen met meer andere, zoo practisch in het verhaal ingevlochten, maken de strekking uitnemend, want zoo wordt gezien, dat we eerst noodig hebben schuldvergeving en dan de kracht om tegen de zonde te strijden. Onze slotconclusie kan niet twijfelachtig zijn; we aarzelen niet, dit mooie boek aan te bevelen.

Boekbeoordeling van Kinderlectuur voor de Zondagsschool door de Commissiën van "Jachin", 1933



Joost, druk 1, 155 blz.
Joost is bij z'n grootouders in huis. Hij is kreupel en ziet scheel. Dat verdriet daarover komt pas krachtig tot uiting, als z'n grootouders moeten verhuizen en hij dus op een andere school komt. Hij wordt uitgescholden en dat maakt hem zeer prikkelbaar, waardoor de verhouding niet beter wordt. Hij wil onderwijzer worden, maar men raadt dat af om z'n lichaamsgebreken. Hij maakt kennis met Fred van de buitenplaats, doch straks wordt die vriendschap ernstig verstoord door de prikkelbaarheid van Joost. Als hij een boodschap in de stad moet doen, wordt hij overreden, komt onder behandeling van den dokter, die hem aanreed, en die een specialiteit is in operaties voor lichaamsgebreken. Joost wordt geheel beter en kan loopen als ieder ander. Ook een oogoperatie gelukt. Tot voltooiing van al het mooie komen z'n ouders uit Amerika terug en is er ook kans, dat Fred, die door een auto-ongeluk het gebruik zijner beenen heeft verloren, zal herstellen. De groote beproevingen, die Joost doormaakt, hebben een diepen indruk gemaakt op z'n hart en hij kan Kerstfeest vieren als nooit te voren. Er is veel goeds in dit verhaal. Aangenaam verteld; aantrekkelijk ook door de spanning, die de schrijfster meermalen weet te scheppen. Iets te zoetelijk, doordat Joost door z'n grootouders wordt vertroeteld. "Je Vader zou je 'n pak voor je broek geven," zegt meester Woudstra, en af en toe zou dat wel noodig geweest zijn. Er heerscht een eenvoudig Christelijke toon. 't Loopt allemaal echter zoo buitengewoon mooi af. Wat al tè! Maar alles te zamen genomen, kunnen wij 't boek aanbevelen, al laten we 't woord "warm" weg. Illustratie is matig. De zweep op blz. 87 is wel héél groot. Waarom staat daar maar één jongen bij? Er moeten er drie zijn. Voor 12 tot 14 jaar. Oordeel eenstemmig: Aanbevolen. Boekbeoordeling in Kind en Zondag, 1933