Voor een Pdf-printvriendelijke versie van deze recensie Klik hier
Sluit venster

Boek en druk


Recensietekst


Bron



Wilha. Riem Vis

Hoe kleine Ben bidden leerde, druk 2, 40 blz.
Een kleine weesjongen wordt na den dood zijner moeder door eene tante tot zich genomen, wier man blind is. Dagelijks moet hij nu den blinde bij het bedelen tot gids dienen. Een gesprek met een klein meisje, hetwelk zij in een park ontmoeten en dat tot hen van bidden spreekt, wekt in Ben het denkbeeld op, om te bidden, dat de Heere hem uit zijnen treurigen toestand verlossen moge. Dit roept bij den blinde de herinnering aan zijne vrome moeder wakker, en leidt tot de ontdekking, dat de moeder, door haren zoon vroeger schandelijk verlaten, nog leeft. Moeder en zoon verzoenen zich met elkander. Zij wijst haren zoon niet zonder vrucht op zijn eeuwig heil, en als deze ten gevolge van eenen val in het gasthuis sterft, zorgt de moeder voor kleinen Ben, die dit mag beschouwen als de verhooring van zijn gebed. De voorstelling is kinderlijk. De taal duidelijk. Alleen merken wij op, dat zinnen van 8 à 9 regels niet geschikt zijn voor kinderen van den leeftijd (8-10 jaar) waarvoor dit boekje bestemd is. Ook vroegen wij ons af, of de titel wel in overeenstemming is met het verhaal, dat niet zoozeer over den kleinen Ben, als wel over den blinde handelt. De strekking is misschien uitgedrukt in de woorden: "Moe zegt: als je bidt, krijg je altijd wat." Het boekje vormt een goed sluitend geheel en ademt eenen recht Christelijken geest. Waar sprake is van bekeering en schuldvergeving, komt het borgtochtelijk karakter van het lijden en sterven des Heeren wél uit. De uitdrukking "onze lieve Heer" is niet aanbevelenswaardig. De bewerking is aantrekkelijk. Duidelijke druk. Goed uitgevoerde plaatjes. Wij prijzen dit werkje zonder eenig voorbehoud aan.

Boekbeoordeling van Kinderlectuur voor de Zondagsschool door de Commissiën van "Jachin", 1902

Open Jachin-boekbeoordelingen.


Wilha. Riem Vis

Hoe kleine Ben bidden leerde, druk 3, 40 blz.
Kleine Ben, die, terwijl zijn moeder uit werken gaat, een sombere jeugd in een kinderbewaarplaats slijt, komt in nog treuriger omstandigheden, als hij zijn noeder plotseling verliest. Hij wordt geleider van een bedelenden blinden oom. Op een zijner tochten ontmoet hij in een lief babbelend meisje een kleine bode van God, die hem voor de eerste maal van bidden spreekt. Dat gesprek doet tevens den blinde, een verloren zoon, zijn moeder wedervinden. En als door een treurig ongeluk ook de blinde plotseling sterft en de nood voor Ben nog hooger stijgt, herinnert hij zich wat 't klein meisje over bidden gezegd heeft. Hij bidt om een andere moeder en krijgt die in de moeder van den blinde. Het verhaal is kinderlijk eenvoudig en ongedwongen. Taal en stijl zijn goed. Het is geschikt voor jongens en meisjes van 8-12 jaren. Boekbeoordeling in bijblad van "De Christelijke Familiekring : tijdschrift voor zondagsschool en huisgezin", 1908
Wilha. Riem Vis

Hoe kleine Ben bidden leerde, druk 4, 40 blz.
Kleine Ben, die, terwijl zijn moeder uit werken gaat, een sombere jeugd in een kinderbewaarplaats slijt, komt in nog treuriger omstandigheden, als hij zijn moeder plotseling verliest. Hij wordt geleider van een bedelenden blinden oom. Op één zijner tochten ontmoet hij in een lief babbelend meisje een kleine godsbode, die hem voor de eerste maal van bidden spreekt. Dat gesprek doet tevens een blinde, een verloren zoon, zijn moeder wedervinden. En als door een treurig ongeluk ook de blinde plotseling sterft en de nood voor Ben nog hooger stijgt, herinnert hij zich, wat het kleine meisje over bidden gezegd heeft. Hij bidt om een andere moeder en krijgt die in de moeder van den blinde. Het verhaal is kinderlijk eenvoudig. Taal en stijl zijn goed. Toch moeten we de opmerking maken, dat de moeder van den blinde, als zij haar zoon terugvindt, wel wat nuchter handelt; een heusche moeder, die haar verloren zoon terugvindt op straat, zou niet na een lang gesprek zeggen: »Maar nu moet ik heengaan, mijn kind; waar kan ik u komen opzoeken? «, om dan eerst na een paar dagen dat bezoek te gaan brengen. En een verloren zoon, die zijn moeder terugvindt, zou niet zeggen: »Mij opzoeken in mijn ellendige woning? 0, moeder, doe dat niet. Mijn vrouw zou u misschien niet eens vriendelijk ontvangen. En .... het is daar geen omgeving voor u.« En zou dan in een heusch geval ook heusch de moeder antwoorden: »De Heere Jezus werd ook niet vriendelijk ontvangen, toen Hij hier op aarde kwam, en dat nog wel om vijandige zondaren te redden van den eeuwigen dood! En welk een omgeving voor Hem, die in de heerlijke woning van God had verkeerd, omringd door heilige engelen. 0, Bertus, mijn jongen, als ik daaraan denk, dan kan de ellendigste omgeving voor mij niet te ellendig zijn om er in te verkeeren.« 't Lijkt ons niet natuurlijk. Evenmin als dat een uurtje, voor de blinde zijn been breekt, een ledikant bij hem wordt thuis gebracht uit de nalatenschap van Bens moeder, die ruim vier maanden te voren gestorven was. Onze schrijvers en schrijfsters moeten op zulke dingen letten. Ook moeten onze kinderen nu niet bij voorkeur met hun verbeelding worden rondgeleid in een omgeving, als waarin de kleine Ben verkeerde, zoomin in die onmogelijke kinderbewaarplaats, als bij die onmenschelijke »onbekende tante«. Ook zullen nieuwsgierige kinderen zeker er naar vragen, waarom 12 die »verloren zoon« van zijn moeder was weggeloopen en wat hem verder wedervaren was. En ook, of die moeder niet erg bedroefd was, toen ze haar zoon vond, om hem dadelijk daarna door den dood weer te verliezen. Daar hooren ze niets van. Ofschoon niet bepaald ongeschikt voor kinderen van 8 tot 12 jaar, wil dit werkje ons toch maar matig bevallen. Boekbeoordeling in bijblad van "De Christelijke Familiekring : tijdschrift voor zondagsschool en huisgezin", 1913
Wilha. Riem Vis

Hoe kleine Ben bidden leerde, druk 4, 40 blz.
Geïll. omslag. Twee plaatjes en 4 penteekeningen. Prijs 20 ct. Een kleine weesjongen wordt na, den dood zijner moeder door een tante tot zich genomen, wier man blind is. Dagelijks moet hij nu den blinde bij het bedelen tot gids dienen. Een gesprek met een klein meisje, hetwelk zij in een park ontmoeten en dat tot hen van bidden spreekt, wekt in Ben het denkbeeld op, om te bidden, dat de Heere den ongelukkige uit zijnen treurigen toestand verlossen moge. Dit roept bij den blinde de herinnering aan zijn vrome moeder wakker, en dit leidt tot de ontdekking, dat de moeder, door haar zoon vroeger schandelijk verlaten, nog leeft. Moeder en zoon verzoenen zich met elkander. Zij wijst haar zoon niet zonder vrucht op zijn eeuwig heil, en als deze ten gevolge van een val in het gasthuis sterft, zorgt de moeder voor kleinen Ben, die dit mag beschouwen als de verhooring van zijn gebed. De voorstelling, is kinderlijk. De taal duidelijk. Alleen merken wij op, dat zinnen van 8 à 9 regels niet geschikt zijn voor kinderen van den leeftijd (8-10 jaar) waarvoor dit boekje bestemd is. Ook vroegen wij ons af, of de titel wel in overeenstemming is met het verhaal, dat niet zoozeer over den kleinen Ben, als wel over den blinde handelt. De strekking is misschien uitgedrukt in de woorden: "Moe zegt: als je bidt, krijg je altijd wat." Het boekje vormt een goed sluitend geheel en ademt eenen recht Christelijken geest. Waar sprake is van bekeering en schuldvergeving, komt het borgtochtelijk karakter van het lijden en sterven des Heeren wél uit. De uitdrukking "onze lieve Heer" is niet aanbevelenswaardig. De bewerking is aantrekkelijk. Duidelijke druk. Goed uitgevoerde plaatjes. Wij prijzen dit werkje zonder eenig voorbehoud aan.

Boekbeoordeling van Kinderlectuur voor de Zondagsschool door de Commissiën van "Jachin", 1913