Toverlantaarnplaatjes



Van

Annet Duller,

toverlantaarniste, ontvingen we al het onderstaande materiaal. Naast een catalogus van lantaarnplaten, ook een groot aantal afbeeldingen van toverlantaarnplaatjes. Van bekende zondagsschoolboekjes, zoals Jessica's eerste gebed, werden plaatjes vervaardigd door J.W.H.C. van Staveren, glasschilder te Gouda. De locale omroep van Gouda heeft een uitzending hierover samengesteld, klik op de volgende link Gouda op toverlantaarnplaatjes om deze te zien.
Hieronder volgen de plaatjes van enige bekende boekjes.




Klik op de afbeelding van de catalogus om deze te openen.

In 1905 verscheen bij de firma Callenbach te Nijkerk de 11de druk van Jessica's eerste gebed, geschreven door Hesba Stretton. Jachin schreef in een recensie het volgende:
Dit boekje plaatst ons voor een zeer opmerkelijk verschijnsel. Elk jaar zorgen de Uitgevers voor nieuwe lectuur, en tusschen al het vele en velerlei, dat tegen elk Kerstfeest met al grooter bekoorlijkheid verschijnt, blijven vele handen maar steeds grijpen naar dat oude werkje, dat wij zelf als kind gekend en gelezen hebben en waarvan de indruk ons steeds is bijgebleven. Zoo is het te verklaren, dat van Jessica's eerste gebed de elfde - zegge de elfde - druk verschijnt. Jessica is een verwaarloosd meisje, dat onder eene spoorwegbrug te Londen in kennis komt met eenen man, die daar in een stalletje brood met koffie aan werklieden verkoopt. Ofschoon hij gierig is, kan hij toch niet nalaten, nu en dan het havelooze kind iets van zijnen overvloed te geven, waarvoor zij hem zeer dankbaar is. Bedoelde man is tevens koster eener kerk, waarheen Jessica hem op eenen Zondagavond ongemerkt volgt. Wat zij daar ziet en hoort is oorzaak, dat zij er telkens in stilte weer heengaat en na verloop van tijd in aanraking komt met den predikant, die haar antwoordt op hare vragen, wie God, en wat bidden is. In zijne tegenwoordigheid bidt zij haar eerste gebed: "O God! ik wou u graag kennen. En wilt Gij mijnheer Daniël betalen voor al de warme koffie, die hij mij gegeven heeft." Dit gebed heeft verhooring gevonden. Toen zij ziek werd, bleek het, dat zij den Heere had lief gekregen, en de koster, die eerst zijnen schat op aarde had gezocht, vond door den omgang met het kind, in verhooring op haar gebed, zijne schatten in den hemel. Het kind herstelde en werd hem eene trouwe helpster in zijnen arbeid. Een mooi, stevig boekje, met gecartonneerden omslag. Heldere druk. De stijl is vloeiend, ofschoon hier en daar Engelsch. De stof is verdeeld in 10 hoofdstukken met opschrift. Het oude boekje treedt hier voor ons op in een frisch gewaad, dat het nieuwe aantrekkelijkheid bijzet. Op den bloemrijken omslag is een lief plaatje aangebracht. Voorts een gekleurd plaatje tegenover den titel, benevens een viertal vignetten tusschen den tekst. In menig opzicht is de strekking uitnemend. Duidelijk komt uit, hoe de Heere zich ontfermt over het diep gezonkene en ver afgedwaalde; hoe Hij een welgevallen heeft in een kinderlijk geloovig gebed; hoe men Christen heeten kan, zonder het wezen der zaak te bezitten; hoe het vergaderen van schatten op de aarde een beletsel is, om dien in de hemelen te zoeken. Voorts wordt aangetoond, dat God somtijds grooteren door kleinen beschamen en zegenen wil. Ook herinnert de Schrijfster aan ons rentmeesterschap over geld en goed, eene les, die zeker niet dikwijls genoeg herhaald en ook kinderen niet te vroeg in gescherpt kan worden. In de penseelbehandeling is HESBA STRETTON - wij weten het van ouds - bekwaam. Aangrijpend worden de diepe armoede en verlatenheid van dit Londensche heidinnetje geteekend. Doch er zijn ook schaduwzijden. Vooreerst het Engelsche karakter van 't geheel, merkbaar in sommige uitdrukkingen en toestanden. Bevreemdend is het, te lezen van eene kerk, alleen voor dames en heeren, terwijl toch het dochtertje van den predikant goed op de hoogte is met hetgeen Jacobus zegt van den man met eenen gouden ring aan den vinger. Het naïeve bidden van het kind past telkens wel in het kader van 't geheel, doch daarmede komt niet overeen, hetgeen zij tot Daniël zegt: "Hierin is de liefde" enz., op bladz. 18. De aardschgezinde Daniël wordt aan zijne zonde ontdekt, komt tot belijdenis en vindt vrede : dat is goed geteekend. Maar we achten het eene leemte in het boekje, dat, waar Jessica in haar bidden toont den Heere te kennen, in betrekking tot haar van besef van zonde en behoefte aan vergeving niet gerept wordt. Dit neemt evenwel niet weg, dat in dit boekje veel goeds is te prijzen, waarom het verdient bij vernieuwing van harte te worden aanbevolen. Worde het nog door zeer vele jongens en meisjes gelezen en overwogen. Het kan hen onder 's Heeren zegen de rijke weldaden, die zij in hun ouderlijk huis dagelijks genieten, meer doen waardeeren en tot dank aan den Heere en tot liefde en onderdanigheid aan hunne ouders krachtig opwekken.
In 1867 verscheen bij de uitgever Kirberger te Amsterdam het boekje van de schrijfster Mary Sewell Moeders laatste woorden : een berijmd verhaal voor kinderen. Het is een vertaling door J.J.L. ten Kate van Mother last words. Een derde druk verscheen bij de uitgever J.H. van Peursum te Utrecht in 1887. Daarna werd het boekje opgenomen in de fondslijsten van de uitgever Bredée te Rotterdam. De Nederlandsche Zondagsschool Vereeniging publiceerde in 1921 de volgende recensie:
Heel ouderwetsch rijmwerk, dat waarschijnlijk niet meer in den smaak zal vallen van een groot gedeelte onzer tegenwoordige jeugd. Het behandelt het oude onderwerp moeder sterft, de kinderen blijven onverzorgd achter, ze willen werken en eerlijk blijven. Soms is de verleiding erg groot, maar ze weerstaan die. Dan komt de traditionele vriendelijke, vrome dame, die zich over hen ontfermt en hun zorgen verlicht. Het eene broertje sterft, het andere groeit op als een braaf mensch en gaat eindelijk ook naar den hemel, waar moeder en broertje hem wachten. De wijze, woorop het binnengaan van de heerlijkheid door deze drie personen wordt geteekend, is eenigszins stuitend. En of onze kinderen 29 bladzijden versjes zullen lezen? Nog een paar afbeeldingen uit het engelse boek:
In 1897 verscheen bij de firma Callenbach te Nijkerk de eerste druk van De kleine voddenraapster, geschreven door Wilha. Riem Vis. Een tweede druk verscheen in 1902 en Jachin schreef in een recensie het volgende:
Dit boekje is boeiend geschreven, net afgewerkt en wordt door fraaie plaatjes versierd. De schrijfster handhaaft haren goeden naam ook hier met eere. Taal en stijl zijn loffelijk. Dat de kinderen het gaarne lezen, wordt ook door den herdruk bewezen. De medegedeelde zaken zijn niet onmogelijk, al zijn ze verrassend. Nellie, de kleine voddenraapster, dochtertje van eene arme weduwe, heeft geenen weg, waarop slechts rozen gestrooid zijn. Integendeel, zij behoort tot de ellendigen, zoowel wat het natuurlijke, als wat het geestelijke betreft. Zij is onkundig in de hoogste mate. Als zij in eenen vuilnisbak drie muntbiljetjes vindt, weet ze niet eens, dat deze "plaatjes" waarde hebben. Hare moeder weet het echter zooveel te beter. Deze houdt dat geld voor zich, hoewel zij zeer goed te weten kon komen, wie de rechtmatige eigenaar is. Ofschoon zij zich zelve tracht wijs te maken, dat zij ze vrij houden mag, omdat Nellie ze toch eerlijk gevonden heeft, klopt haar geweten en laat haar niet met rust. Door middel van een buurmeisje komen moeder en dochter op een feest van de Zondagsschool. Het daar gehoorde woord doet hare innerlijke onrust toenemen. De moeder wordt ziek. Nu branden de bankbiljetjes haar op het schuldig hart. In deze duisternis gaat door vriendelijke tusschenkomst eener Christelijke familie, aan wie het gevonden geld toebehoort, het licht des heils voor haar op. Zij belijdt hare zonde en ontvangt schuldvergiffenis bij God en menschen. Op de Zondagsschool wordt Nellie bekend gemaakt met de verlossing, die in Christus Jezus is. Moeder en dochter komen door eene onverwachte erfenis in beteren doen. Menig treffend tooneel komt in dit verhaal voor. De gewetensangst der moeder wordt op uitnemende wijze geteekend. Door den invloed van Gods Woord wordt de consciëntie wakker en klaagt de schuldige zóólang aan, tot de zonde beleden wordt. Duidelijk komt in deze bladzijden uit, dat geene braafheid, maar, genade alleen tot waarachtigen vrede leidt. Waarheid, liefde, eerlijkheid en oprechtheid worden, zooal niet rechtstreeks, dan toch zeker zijdelings, door dit verhaal aangeprezen. Het bestrijdt een kwaad, dat men bij groot en klein maar al te dikwijls ontdekt en waartegen met alle kracht gewaarschuwd moet worden. Menigeen beschouwt, als hij wat vindt, dat ten onrechte als zijn eigendom. De erfenis aan het slot van het verhaal (pag. 47) had o.i. gevoegelijk achterwege kunnen blijven. Het geeft licht den schijn aan de kinderen, dat bekeering en godzaligheid, zal 't goed zijn, ook door voorspoed in het tijdelijke leven moeten worden beloond. Gaarne hadden wij het Gereformeerd beginsel wat duidelijker zien uitkomen. Ook dit werkje heeft bij afwisseling "Heer" en "Heere." Voorts wordt de kostelijke vrucht, die de Zondagsschool, onder den zegen des Heeren, niet alleen kinderen, maar ook ouderen kan doen toekomen, op niet onverdienstelijke wijze geschetst. Dit is eene reden temeer, waarom wij het onzen kinderen gaarne te lezen geven.
In 1900 verscheen bij de firma Bredee te Rotterdam de eerste druk van Twee kinderen die de hemel zochten, geschreven door A. Vollmar. Een tweede druk verscheen in 1903 en Jachin schreef in een recensie het volgende:
Twee weeskinderen worden besteed bij eene hardvochtige en hebzuchtige vrouw. Zij overleggen met elkaar om den hemel te zoeken, waar moeder is. Meenende, dat heel in de verte de hemel de aarde raakt, denken zij, dat zij er zoo in kunnen stappen. Doch op hun langen tocht blijft de hemel even ver af. Hongerig, vermoeid en verkleumd komen zij op Kerstavond aan het huis van eenen vromen dokter, waar zij liefderijk opgenomen en verzorgd worden. De hebzuchtige vrouw wordt vele jaren later tot God bekeerd, en alzoo ook op den weg naar den hemel geleid. Dit boekje, dat met zijn vergulden rand er even sierlijk uitziet als het vorige, bevat eene boeiende vertelling, heeft ook een keurig plaatje, maar wat den Christelijken geest aangaat, staat het vrij wat lager. De strekking is, te doen zien, dat God de zijnen niet begeeft, al worden zij ook van allen verlaten. Gereformeerd is het niet; doch pakkend is dit verhaaltje wel. De hiernaast afgebeelde vijfde druk verscheen veel later. De omslag van de 1ste en 2de druk zien er alsvolgt uit.

Dit boekje van de hand van Elisabeth is uitgegeven door de firma Callenbach te Nijkerk. Helaas is er geen recensie beschikbaar. De tweede druk heeft een andere omslag.





De titel "Liefde overwint" komt meerdere keren voor in de zondagsschool-literatuur. De lichtbeelden zijn wellicht gebaseerd op een boekje van de hand van Elisabeth dat is uitgegeven door de firma Callenbach te Nijkerk. Helaas is er geen recensie beschikbaar.




Het is me niet gelukt de lichtbeelden

"Een brief aan den Heiland"

te koppelen aan een bijbehorend zondagsschoolboekje. Suggesties zijn welkom.